|
Het speelveld Er wordt gespeeld op een met hoedjes afgebakend veld van 20 meter breed, 40 meter lang. Er dienen minimaal 4 hoedjes per zijlijn (dus om de 10 meter,mogen er ook meer zijn) neergelegd te worden. In het midden van de zijlijnen moet een pion neerzetten. Als de velden heel dicht bij elkaar liggen, de veldjes met een andere kleur markeren.
Het doel Het doel moet een breedte hebben van 3 meter en een hoogte van 1 meter. Doelpaal en doellat mogen vierkant, rechthoekig, rond of ovaal van vorm zijn. De hoeken moeten afgerond zijn.Mochten deze doeltjes niet voorhanden zijn bij de voorrondes, dan mag gebruik worden gemaakt van pionnen. Een doelpunt kan dan alleen worden gescoord door de bal over de grond tussen de pionnen door te schieten. Als de bal via de pion het doel in gaat en deze blijft staan, dan wordt het doelpunt toegekend. Valt de pion echter om, dan wordt het doelpunt afgekeurd. 
De wedstrijdbal Er wordt gespeeld met balgrootte nummer 5, gewicht maximaal 370 gram.
Aantal spelers en wissels Er wordt gespeeld 4 tegen 4. Volgens de KNVB-reglementen mogen jongens en meisjes in hetzelfde team spelen (gemengd voetbal is dus toegestaan). Jongens mogen echter niet worden toegevoegd aan een team waar 4 tegen 4 door meisjes wordt gespeeld. Gemengde teams komen uit in een jongenspoule. Er mag onbeperkt gewisseld worden.
Speeltijd Er worden wedstrijdjes gespeeld van 10 minuten. Streven naar ca. 40 minuten speeltijd. Na de wedstrijdjes wordt er doorgewisseld naar het volgende veldje.
Spelbegin en bij doelpunten Het spel begint in het midden van het veld. 1 team begint met de aftrap. Na een doelpunt wordt de bal vanaf de achterlijn in het veld gebracht (dribbelen of passen). De tegenpartij moet op eigen helft staan na een doelpunt. Eigen helft markeren door in het midden van de zijlijnen een pion neer te zetten. Indien de bal over de zijlijn gaat wordt deze met een dribbel of trap in het spel gebracht.
|
|
meer spelregels
|